- DE NEGEN JAAR CRISIS BEKEKEN VANUIT DE MAANKNOOP GEDACHTE.
De laatste jaren zie je steeds duidelijker in de Vrije School een toenemend probleem bij de negen jaar crisis. Rudolf Steiner waarschuwt begin deze eeuw voor de toenemende vervreemdings tendenzen die het kind bedreigen. Dit zijn o.a. televisie reklamemedia, geluidsoverlast en andere zintuigvervuilende invloeden. Deze tendenzen bemoeilijken het kind zijn wezensdelen om te vormen. Alles wat hij ontwikkeld heeft vanuit de nabootsing van zijn omgeving moet nu in het wilsleven een integratie krijgen. Wanneer de nabootsings beelden nu onecht zijn geweest, wat b.v. gebeurt bij televisiebeelden, zal er een stagnatie optreden in zijn stofwisselings/ledematenstelsel. Het kind zal bijvoorbeeld last krijgen van angsten, slecht eten klagen over buikpijn e.d. Ieder kind zal dit op een heel eigen manier beleven, je ziet dan ook dat de negen jaar crisis op vele manieren tot uitdrukking gebracht wordt. Door enige jaren kinderen van negen jaar intensief te observeren en mijn belangstelling voor astrologie heb ik een duidelijk aanknopings punt gevonden om wat dieper op de karmische achtergrond van deze periode in te gaan. Prof. B. Lievegoed schrijft in "De levensloop van de mens" en in "De mens op de drempel" over het belang van de maanknoop. Hij duidt hier aan dat de zon en de maan na 18 jaar, 7 maanden en negen dagen weer terug komen op het punt van hun uitgangspunt bij de geboorte. Dit zou in de biografie van de mens een moment zijn waarop hij even weer in contact wordt gebracht met zijn voorgeboortelijk besluit. Men moet dit niet beschouwen als een moment dat tot één dag beperkt blijft maar, zoals prof. Lievegoed schrijft dat deze invloed toenemend en afnemend zich uitstrekt tot een tijdsduur van een jaar voor en een jaar na het exacte moment. Wanneer je nu nadenkt over dit ritme dan valt op dat de zogenaamde negen jaar crisis in verband staat met deze maanknoopconstellalatie, nl dit is ongeveer de helft van 18 jaar, 7 maanden en 9 dagen.
In de jungiaanse psychologie wordt sterk met de maanknoop gewerkt. Het punt tegenover het uitgangspunt van 18 jaar, 7 maanden en 9 dagen wordt zuidelijke maanknoop genoemd het punt zelf noemt men noordelijke maanknoop. Psychologisch geeft men in de jungiaanse psychologie aan de zuidelijke maanknoop een onbewuste werking. Dat wil zeggen dat alle inhouden die de mens zich niet bewust is maar die hij toch tot zijn beschikking heeft hierin opgeslagen liggen. Om een voorbeeld te geven u bent zich op dit moment niet bewust van het feit dat u een verleden heeft, alle voorvallen die u in uw jeugd heeft beleefd zullen op dit moment niet door u heen gaan, maar u kunt ze op elk willekeurig moment van de dag wél voor de geest halen. Dit is een goede zaak want je zou er niet aan moeten denken dat alles wat je je leven lang allemaal zou meemaken in je bewustzijn aanwezig zou zijn, het zou een kakofonie van indrukken zijn waar je echt geen wijs uit zou kunnen worden. Om dit toch steeds uit een soort opslagplaats te kunnen halen en te kunnen gebruiken is het onderbewuste bij de mens aangelegd. Rudolf Steiner wijst in zijn zevende karmaband op het feit dat er in het onderbewuste van een mens ook vele indrukken liggen opgeslagen uit vorige inkarnaties. In de analytische psychologie ontdekte men ook dat er inhouden in het onderbewuste aanwezig waren die niet te plaatsen waren vanuit de herinnering van dit leven. Men stond hier voor een raadsel en verklaarde dit toen vanuit het fenomeen, collectief onderbewuste. Dit zou, het woord zegt het al, een gemeenschappelijk onderbewuste zijn. Deze gedachtegang stuit op de indringende vraag:"maar wat hebben we dan met de ander gemeen?". Mijnsinziens kan dat alleen maar verklaard worden vanuit de reinkarnatiegedachten. Het kind van negen wordt, naast dat hij zijn wezensdelen aan het omvormen is op indringende wijze, doordat de constellatie van de zon- en de maan op het punt van de zuidelijke maanknoop aankomt ook nog eens sterk gekonfronteerd met zijn onderbewuste en tevens met zijn vorige inkarnaties. De veel voorkomende angsten op die leeftijd zijn hier vaak een uitdrukking van. Immers veel van deze inhouden zullen nog niet in harmonie zijn met de zich nog ontwikkelende jonge mens.
De maanknoop zelf loopt dus in ruim 18 jaar door de gehele dierenriem. Dat houdt in dat dit punt ongeveer 12 jaar door één teken loopt. De noordelijke maanknoop wordt benoemd, de zuidelijke staat altijd pal tegenover de noordelijke, hierdoor onstaat altijd een polariteit, die heel essentieel is voor de duiding in de astrologie. Het is te vergelijken met de proef die u wellicht wel kent: men kijkt zeer intensief 2 minuten lang naar een rood vlak haalt daarna het rode vlak weg en legt een wit vlak op de plaats van het rood. Het vreemde fenomeen doet zich voor dat u nu als nabeeld groen ziet. Dit principe is te vergelijken met de werking van het onderbewuste nl het onlosmakelijk met elkaar verbondene, door het één te zien wordt automatisch het andere beeld opgeroepen. Zo is het ook met de noordelijke maanknoop en de zuidelijke maanknoop. Ik zal nu voor u de polaire beelden tegenover elkaar stellen; Ram - weegschaal Stier - Schorpioen/adelaar Tweelingen - Boogschutter Kreeft - Steenbok Leeuw - Waterman Maagd - Vissen. Wanneer je nu nadenkt over het feit dat zo'n teken 12 jaar gekleurd is door een dierenriemteken, kun je bedenken dat in één klas van een school je 1 hooguit 2 tekens vertegenwoordigd zult zien, hierdoor hebben de kinderen van zo'n klas een soort klasse karma wat hen aan elkaar bindt. Dit mag je uiteraard niet generaliseren maar kan toch informatie geven over een gemeenschappelijkheid zoals de indeling van de temperamenten ook informatie verschaft over de individuele mens. Het is van veel belang om te kijken naar de leerkracht die zelf ook een zeer belangrijke invloed inbrengt door zijn eigen unieke zijn, wat zich ondermeer uit in zijn eigen maanknoop en mogelijkheden in zijn eigen horoscoop. Zodoende zal elke klas een heel uniek karma krijgen en zal niet elke groep van negen-jarigen zich precies het zelfde ontwikkelen. Aan de hand van een bespreking van elk polair paar wil ik graag voorbeelden geven hoe je het kind van negen kunt ondersteunen in deze tijd zo veel mogelijk inspelend op dat wat hij als voorgeboortelijkbesluit heeft genomen.
Laat mij een voorbeeld geven, wanneer we nu eens de kinderen nemen die dit schooljaar negen jaar worden. Ik neem dan de kinderen die voor 11 augustus 1995 negen jaar worden, daarna verschuift de maanknoop naar een ander teken. Deze kinderen hebben astrologisch bekeken de maanknoop in de stier staan, dus de zuidelijke maanknoop in deschorpioen/adelaar. Dit wil zeggen dat ze vanuit hun onderbewuste/vorige inkarnatie veel te maken hebben gehad met het diereriembeeld schorpioen. Kijken we nu naar het boek van Albert Soesman, "De twaalf zintuigen" dan vindt men bij het sterrenbeeld schorpioen het zintuig"levenszin",en bij het beeld stier voorstellingszin of denkzin. Nu heb ik in de afgelopen jaren ontdekt dat wanneer je in je leven iets te maken krijgt met de maanknoop, in principe dus iedere negen jaar, de zintuigen die bij de betreffende dierenriemtekens van de maanknopen horen extra worden aangesproken. Een negen jaar crisis die qua maanknopen in stier - schorpioen valt zal dus met name zich uitdrukken in een extra accent op de levenszin en voorstellingszin. De levenszin is, zoals het woord het al in zich draagt,het zintuig voor het levensgevoel als zodanig. Dit uit zich in het gevoel van wel en onwel bevinden. Wanneer we ons ziek voelen dan zullen wij dat opmerken met de levenszin. In het later leven is dat ook het zintuig waarmee we het sexuele contact aangaan. Het diepe geheim van leven en dood ligt in dit zintuig besloten. Het: to be or not to be" is hier wel heel direkt van toepassing. De voorstellingszin is als het ware de tegenvoeter van de levenszin, met dit zintuig zijn wij in staat een boodschap die uit de omgeving komt echt te verstaan en te begrijpen. We zijn door dit zintuig in staat iets wat abstrakt is te begrijpen. Het onderbewuste (zie begin van dit artikel), waar alles wat we beleefd hebben ligt op geslagen om niet een kakofonie van indrukken te krijgen wordt voornamelijk in het bewustzijn gehaald door de voorstellingszin. Terug komend op het kind van negen. Dit kind zal een sterke uiteenzetting hebben in deze gevoelige tijd juist met deze twee zintuigen. Vanuit krachten uit het verleden (zuidelijke maanknoop) zal in deze periode een soms tot overdreven accent gelegd worden op de levenszin. Het kind kan b.v. op overdreven manier alles registreren wat met zijn levenszin te maken heeft. Klagen over allerhande kwaaltjes, doodsangst, bang in donker en misschien een overdreven interesse voor sexualitiet, het kind zal dit allemaal moeten uitleven om via een overdreven ervaren van de levenszin de voorstellingszin goed te kunnen ontwikkelen (dit is het stieren beeld van de noordelijke maanknoop). Ook kan het zijn dat juist in de voorstellingszin disharmonieën optreden omdat het kind zich onbewust natuurlijk meer richt op wat het voorgeboortelijke besluit van hem wil(noordelijke maanknoop). Dit gegeven is nooit helemaal te voorspellen wel is mij opgevallen dat hier het temperament van het kind een rol speelt een sanguïnicus en cholericus zullen eerder vooruit lopen op hun voorgeboortelijk besluit dan b.v.de flegmaticus en melancholicus, deze zullen meer terug grijpen naar het verleden. Een kind met disharmonieën in de voorstellingszin kan b.v. last hebben van angsten van dieren of monsters die het ziet in het donker. Of opeens op hinderlijke manier beginnen te fantaseren en jokken, dit komt dan doordat fantasiekrachten en realiteit door elkaar lopen en nog niet voldoende afgescheiden kunnen funktioneren. Ik wil graag een voorbeeld geven wat mij zelf overkwam met ons zoontje dat in maart 1995 negen jaar wordt. Op één van onze bergwandelingen deze vakantie, liep mijn man met hem aan de hand over een steile bergrotsenpartij, door een ongelukkige manoevre struikelde mijn man en bezeerde zich flink en had een fikse diepe snijwond in zijn vinger. Mijn man wist op dat ogenblik prima wat hem te doen stond. Vinger hoog en de snee dicht drukken. Maar nu ons zoontje... In en in wit, huilend en misselijk, draaierig en dreigend flauw te vallen begeleidde hij het echte slachtoffer. Hoe vreemd het klinkt we schrokken meer van ons zoontje dan van de snee en het bloed. Dit voorval maakte me attent op hoe voorstellingszin en levenszin onevenwichtig door elkaar heen lopen en als het ware nog één on uitgedifferentieerde substantie zijn. Ik denk dat door dit gegeven bewust te doorzien er veel te ondersteunen is in deze periode met therapie, zowel pedagogisch als medisch. Vanuit de antroposofische geneeskunst is bekend dat dierenriemtekens in verband gebracht kunnen worden met euritmische oefeningen: de R. voor de stier en de S. voor de schorpioen. Ook het schilderen met de kleur oranje voor het stierbeeld en paars voor het schorpioenbeeld. Bij zeer disharmonische situaties is het volgens mij/ons (mijn echtgenoot is antroposofisch arts tevens schoolarts) gewenst dit ook met de betreffende planetenprocessen te ondersteunen. Bij het sterrenbeeld stier is de planeet venus een belangrijke faktor, bij het sterrenbeeld schorpioen is de planeet mars van belang. Dit gegeven kan uiteraard voor elk polair dierenriempaar waar de maanknopen in staan afzonderlijk bekeken worden en uitgewerkt. Wanneer je de horoscoop van het kind zou bekijken zou je zelfs nog meer gegevens kunnen produceren over het verloop van deze kritieke fase en op individuele manier dit proces ondersteunen. Door nu enkele jaren zo intensief te hebben gekeken naar dit fenomeen ben ik tot de conclusie gekomen dat astrologie op een vernieuwende niet voorspellende manier een waardevolle aanvulling kan zijn op de pedagogische kijk op het kind.
Waalre 10 augustus 1994. Literatuur opgave: De twaalf zintuigen Poorten van de ziel van Albert Soesman. Karma band 7 van R. Steiner. MAANKNOPEN: EEN WEG NAAR BEWUSTWORDING
Publicatie van november 1994 uit Vrije Opvoedkunst
Inleiding:
Toen ik jaren geleden mijn intrede deed in de Antroposofische Vereniging kwam ik steevast eens in de zoveel tijd de opmerking tegen: "Ja, dat gebeurde toen tijdens mijn maanknoop". Ik was hier steeds erg door gefascineerd, maar kon bij navraag niet ontdekken wat er nu precies bedoeld werd. Zoiets vaags van "je verandert dan opeens en doet de dingen anders of slaat een heel nieuwe weg in..." Deze maanknoopperiodes zouden terug komen om de 18 jaar 7 maanden en 9 dagen.
In het boek van Prof. B. Lievegoed: De mens op de drempel blz. 56 staat letterlijk: "Na 18 jaar 7 maanden en 9 dagen keert de geboorte constellatie met betrekking tot de verhouding van zon, maan en aarde terug. Op dat moment staat de poort van de geboorte als het ware weer even open en kan het ik zijn impulsen voor de incarnatie vernieuwen" (lit.1). Deze momenten moet men niet tot een bepaalde dag beperkt zien maar veeleer beschouwen als een periode van een versterken en weer afnemen van de invloed van het hogere-ik gedurende de jaren rondom de maanknoopconstellatie.
Goed begrepen komt de maanknoop maar liefst 4 en soms 5 keer in ons leven voor. Voor mij rees toen de vraag hoe kun je als mens hier nu zo goed mogelijk op in spelen om in deze moeilijke turbulente tijd, eind 20e eeuw, de weg te gaan die je gaan moet. Vaak wordt door het verstrijken van de tijd in de biografie pas zichtbaar wat de bedoeling is van het hogere-ik. Maar hoeveel jongeren en ook ouderen zijn niet op zoek naar hun identiteit of incarnatie-impuls, om het verheven woord maar eens te gebruiken, en kunnen de weg niet of maar moeilijk vinden.
Ik denk dat, door middel van het kijken naar de maanknopen in de horoscoop, er veel te ontdekken valt over de incarnatie-impuls en de vermogens en onvermogens die meegebracht zijn uit vorige incarnaties. Misschien kan deze manier van kijken meer bewustzijn schenken in de reis die we af te leggen hebben hier op aarde.
De maanknopenhypothese
Ruim drie jaar geleden ben ik op zoek gegaan wat er al zo bekend was van die zogenaamde maanknopen. Ik kwam in het antroposofische circuit eigenlijk maar weinig tegen. De schrijver Koepke schrijft in: Kind van negen over de negen-jaar crisis welke bekend is in de Vrije School pedagogie (lit.2).
Astronomisch is er het volgende bekend van de maanknopen, zie tekening
De maanknopen zijn punten waarop de baan van de maan de schijnbare baan van de zon, de ecliptica snijdt. De zuidelijke maanknoop is het kruispunt op de reis van de maan naar het zuiden en de noordelijke maanknoop die op haar reis naar het noorden. De beide maanknopen komen 1x per circa 28 dagen voor. De positie verschuift achterwaarts door de dierenriem met circa 1 boogminuut per 28 dagen.(Een booggraad is één-driehonderzestigste deel van een cirkel). Dat betekent dat de maanknopen weer de zelfde stand innemen na 18 jaar 7 maanden en 9 dagen. Na circa 9 jaar de helft dus van 18 jaar 7 maanden en 9 dagen komt de baan van de maanknoop pal tegenover zijn geboorteconstellatie te liggen (dus bij zijn dalende uitgangspunt). Het spreekt voor zich dat deze stand ook weer een bepaalde invloed heeft op het leven. Algemeen kun je stellen dat je elke negen jaar iets met deze maanknopen te maken krijgt.
Noch in de oudste bronnen van de Hindoe-astrologie, noch in die van de westerse astrologie vinden we iets over toepassing van deze maanknopen. Wel weet men dat 2000 voor Christus de stenen wal in Stonehenge met zijn 56 gaten tussen de stenen, de wetmatigheid van de maanknopen al in zich droeg. Wanneer in de lente de zon op ging en een van de gaten beschenen werd, keerde na 56 jaar de zon tijdens zijn lentepunt weer terug naar zijn oorspronkelijk stand. Dit zijn 3 maanknoop omlopen: (18 jaar, 7 maanden en 9 dagen)x 3 = 55 jaar 9 maanden en 27 dagen, afgerond 56 jaar. Men moet toen "onbewust geweten hebben dat deze cyclus van heel veel belang was/is voor de mensheidsontwikkeling.
In de oudheid had men het vermogen om aan de hemel zelf af te lezen in welk dierenriemteken planeten en dus ook de maanknopen stonden, tegenwoordig hebben we hier tabellen voor al blijft het natuurlijk erg boeiend dit toch ook aan de hemel zelf te kunnen ontdekken. Een tabel waar al deze standen uitgebreid te bestuderen valt is: "Raphael's astronomical Ephemeris" dat voor elk jaar apart in een boekwerkje wordt uitgegeven.
Astrologie als een richtingwijzer binnen de antroposofie
Door de ontdekking van het onderbewuste, begin deze eeuw door Freud en genuanceerder uitgewerkt door C.G. Jung, heeft men een verband gevonden door inhouden van het onderbewuste te vergelijken met onbewuste herinneringen uit vorige incarnaties. R. Steiner spreekt in de zevende karmaband over dit verband (lit.3). Deze inhouden drukken zich uit in de stand van de zuidelijke maanknoop. Het hogere-ik drukt zich uit in de stand van de noordelijke maanknoop (Jungiaanse-astrologie). Hierin wordt iets zichtbaar van de essentie van de incarnatie en kan helpen bij het zoeken naar de taak die we te volbrengen hebben hier op aarde.
De eerste keer dat we (meer bewust) worden geconfronteerd met wat ons hogere-ik van ons wil valt vaak samen met het verlaten van de middelbare school (? 18 jaar) en de beroepskeuze, de vraag ontstaat: "Wat wil ik voor de wereld betekenen ? Wie heeft mijn enthousiasme en strevend-ik nodig?" Het spreekt vanzelf dat dit voor de jonge mens een bijzonder belangrijk moment met verstrekkende gevolgen is. Hoe kunnen we de jonge volwassenen hierbij ondersteunen?. Al gedurende enige jaren heb ik mogen ondervinden dat astrologie zeker bruikbaar is voor de antroposofische beweging op een vernieuwende manier. In deze visie is het niet de bedoeling astrologische uitspraken die toekomst gericht zijn in de voorspellende zin te doen, hiermee maak je mensen onvrij en belemmer je ze in hun eigen besluitvorming. Maar het kan wel de mogelijkheid bieden de ander te ondersteunen om de weg te vinden die hij vanuit zijn voorgeboortelijk besluit heeft genomen. Hierbij ga je uit van zowel astrologische als astronomische gegevens. Het verschil tussen astrologie en astronomie is: Astronomie gaat uit van dat wat exact zichtbaar is aan de hemel, terwijl astrologie de wetenschap van de cyclische verschijnselen van ons zonnestelsel weergeeft. Men heeft in de grijze oudheid in de astrologie bepaald dat het beginpunt van de dierenriem op 0? Ram is, terwijl door een kleine onregelmatigheid in het zonnejaar het astronomisch jaar iets korter is dan een astrologisch jaar. Hierdoor loopt het astronomisch lentepunt = beginpunt achterwaarts door de dierenriem. Dit verschil is 1 maal in de 74 jaar. Bijvoorbeeld: wanneer nu op dit moment de lente aanvangt is het astrologisch 0 graden Ram, astronomisch echter is het 8 graden Vissen. (dit getal is bij benadering, er zijn nl nog verschillende zienswijzen over de teken grote). Essentieel voor het astrologische vind ik dat dit moment van 0 graden Ram ook het astronomische moment was van het lentepunt ten tijde van de geboorte van Christus.
Het belang en de betekenis van de maanknopen
De maanknopen lopen ongeveer 1½ jaar door een teken van de dierenriem, in tegenstelling tot b.v. de zon die er 28 tot 31 dagen over doet om een teken te doorlopen.
De maanknopen worden altijd polair bekeken vanuit snijpunten van de eclips (zie tekening op pagina 2). Echter wat benoemd wordt in de astrologie is de noordelijke maanknoop, de zuidelijke maanknoop blijft als een soort naklank doorklinken. Het is als het ware te vergelijken met de alom bekende proef met de complementaire kleuren. U kijkt intensief naar een rood vlak gedurende twee minuten, haalt dan het rode vlak weg en vervangt het door een wit vlak. Het oog compenseert nu het rood en vervolgens zie u op het witte vlak een groen nabeeld.
Dit fenomeen is te vergelijken met het maanknopen principe. Het ene dierenriemteken is in wezen niet te beschouwen zonder zijn tegenbeeld (polair teken) te betrekken in het beeld. De polaire tekens van de dierenriem zijn:
Ram - Weegschaal
Stier - Schorpioen/Adelaar
Tweelingen - Boogschutter
Kreeft - Steenbok
Leeuw - Waterman
Maagd - Vissen
Welke betekenis heeft nu dat zogenaamde nabeeld? Het nabeeld staat in wezen gelijk met dat wat diep weg in het onderbewuste leeft en wat vergelijkbaar is met de herinnering uit vorige incarnaties (zie zevende karmaband) en toont zich in de zuidelijke maanknoop. De zuidelijke maanknoop heeft een bepaalde plaats en dierenriemteken beeld in de horoscoop waardoor informatie verkregen kan worden hoe het een en ander in vorige incarnaties is verlopen. De noordelijke maanknoop drukt uit op welk gebied het hogere-ik zich verder moet ontwikkelen om tot volledig bewustzijn te komen.
Graag wil ik u aan de hand van een korte schets iets duidelijk maken over de essentie van de dierenriemtekens apart. Dit schema is gebaseerd op de waarneming van elk dierenriemteken apart.
Ram - Ik ben tegenover Weegschaal - Ik ontmoet
Stier - Ik bezit " Schorpioen - Ik sterf
Tweelingen - Ik verbind " Boogschutter - Ik geloof
Kreeft - Ik voel " Steenbok - Ik realiseer
Leeuw - Ik speel/bemin " Waterman - Ik ontdek
|Maagd - Ik werk/analyseer " Vissen - Ik laat los
Wanneer de noordelijk maanknoop een van deze tekens in de horoscoop aspekteerd (d.w.z. een bepaalde relatie heeft zoals bijv. conjunctie of oppositie), ligt hier een bijzondere karmische opdracht. Stel nu, om maar een van de abstractste voorbeelden te geven, dat iemand zijn noordelijke maanknoop in schorpioen heeft staan, dan is zijn zuidelijke maanknoop dus in stier. Hoe zou je hier naar kunnen kijken. De vorige incarnatie(s) zullen in het teken hebben gestaan van het bezit (stier), dit kan zowel in materiële dan wel in geestelijk opzicht hebben gegolden. De geboortestand van de maanknopen kan inzicht verschaffen op welk gebied deze kwaliteiten tot uitdrukking zijn gebracht. De ziel; in vorige incarnatie(s), had op dit gebied capaciteiten die het gebruikte om zich te ontwikkelen. Vaak sluipt er bij zo'n ontwikkeling op één specifiek terrein een eenzijdigheid in, omdat het voor ons als mensheid nog heel erg moeilijk is om het polaire tegenbeeld in het bewustzijn mee te nemen. Dit zal ongetwijfeld een van de taken zijn die het bewustzijnzieletijdperk aan ons stelt. Dit wordt ook bedoeld met de ontmoeting tussen licht en duister welk men in de Jungiaanse psychologie zo erg belangrijk vindt.
Om op het voorbeeld terug te komen, de mens met de noordelijke maanknoop in schorpioen en de zuidelijke maanknoop in stier, zal als karmische opdracht hebben om via het stervensprincipe zich zijn bezit bewust te worden. Dit zou b.v. kunnen plaatsvinden door geestelijk en materieel bezit, dat vanuit vorige incarnaties en erfelijke stroom ons ten deel valt, weg te schenken aan de ander, zodat het bezit bij ons zelf "sterft" en bij de ander "geboren" wordt. Oud-premier Lubbers is b.v. iemand die deze maanknoopconstellatie heeft. Zijn geboorte datum is 7-5-1939, dit betreffende jaar had de maanknoop in het teken schorpioen staan. (zie Ephemeride boven beschreven). Het jarenlang intensief geven van zijn capaciteiten aan het land; het gaat hier uiteraard niet om een morele beoordeling, mag dit bevestigen.
Om volledig te zijn wil ik nu de andere polaire kant van maanknoopas nemen, namelijk de noordelijke maanknoop in stier en de zuidelijke maanknoop in schorpioen.
Een treffend voorbeeld voor deze maanknoopas vind ik Stefan Lubienski. Geboren op 10 maart 1893, hij had de noordelijke maanknoop in stier en de zuidelijke maanknoop in schorpioen. In zijn autobiografie Vor der Schwelle, beschrijft hij in hoofdstuk 10 over "Blindheid en doofheid in de geestelijke scholing": "Als ik een voordracht moest houden had ik de gewoonte één of twee weken van te voren in de ochtend, meteen na het ontwaken het materiaal te verzamelen. Ik maakte telkens van het geheel een voorstelling in de geest op dezelfde wijze zoals men met een vliegtuig een stuk land overziet. Dit werkt als een zaad dat toevertrouwd aan het hart enige dagen kiemen kan. Als ik eenmaal voor het publiek stond, voelde ik mij als een stengel van een plant die haar wortels in het hart heeft" (lit.4).
De impuls die hij ontvangt in de vroege ochtend doet sterk denken aan het opstandingsprincipe uit de dood, de slaap wordt niet voor niets "de kleine dood" bij uitstek genoemd. [Ook Christus' opstanding uit de dood was met het rijzen van de zon (zie Elisabeth Vreede: Astronomie und Anthroposophie, blz. 219)] (lit.5). Vervolgens gaat hij over tot het verzamelen van zijn materiaal (stier) wat hem door de transformatie (schorpioen) door de nacht tot bezit is geworden.
Ook de analogie die hij legt met de plantenwereld is een typische stieren kwaliteit. In de traditionele astrologie wordt de tuin- en plantenwereld in verband gebracht met dit beeld. De beeldvorming die hij hier gebruikt in zijn beschrijving is geheel in harmonie met de as van zijn maanknopen.
Indringend vind ik de boodschap die Johannes de Doper in het evangelie van Johannes geeft, wanneer hij spreekt over Christus na de doop in de Jordaan. Hij spreekt: "Hij moet wassen en ik moet afnemen" (lit.6). In die zin zou ik de maanknopen constellatie willen zien. Johannes de Doper zou ik in deze visie willen vergelijken met de zuidelijke maanknoop, terwijl de noordelijke maanknoop het Christus-bewustzijn in zich draagt.
Enkele andere voorbeelden zijn nog: R. Steiner had zijn noordelijke maanknoop in steenbok staan, de zuidelijke in kreeft. Het, "Ik realiseer" van de steenbok heeft hij wel op heel indringende wijze tot uitdrukking gebracht, het materiaal putte hij uit oude incarnaties waaruit een diep kosmisch voelen voortkwam (lit.3).
De psychiater C.G. Jung had zijn noordelijke maanknoop in Ram, zijn zuidelijke maanknoop in Weegschaal. Door in vorige incarnatie(s) een enorme vaardigheid te hebben in het "Ik ontmoet", leerde hij de meest diepe zielenroerselen van zijn medemens kennen. Door zijn pionierachtige werken doortrokken van het "Ik ben" kon hij baanbrekend werk doen voor de psychiatrie.
Astrologie als hulpmiddel bij diagnose stellen
Elk dierenriemteken houdt verband met een van de zeven traditionele planeten waarbij inbegrepen de zon en de maan, de andere planeten zijn: Venus, Mercurius, mars, Jupiter en Saturnus en de drie transsaturnale tekens (dit zijn de planeten Uranus, Neptunus en Pluto). Enkele planeten hebben twee dierenriemtekens waarmee ze in verband gebracht kunnen worden. Voor ons als mensheid ligt er de opdracht al deze kwaliteiten uit de dierenriem in ons bewustzijn te integreren.
Met mijn echtgenoot Maarten Bos, die al ruim 30 jaren antroposofisch arts is, werk ik samen om tot een goede beeldvorming te komen van de incarnerende en excarnerende planetenfuncties. Deze zijn weer in verband te brengen met de planetaire heersers van de maanknopentekens. Mijn echtgenoot probeert door het aanreiken van het beeld wat ik geef uit de horoscoop met antroposofische metalentherapie in te werken op de diepere karmische behoefte. De horoscoop wordt dan als een soort diagram gelezen, zoals ook de bloedkristallisatie als beeldvorming wordt gebruikt bij het vinden van de diagnose. De horoscoop, met in het bijzonder de maanknopenstand in teken en huizen en astronomische zetting, geeft op zo'n manier een inzicht in de stroom waarin we ons bevinden en waar we met ons hogere-ik naar toe willen streven. Dat dit in onze hedendaagse tijd een van de moeilijkste opgaven is laat zich wel inzien. Voor mij toont zich dat wel duidelijk in de discussie die op gang is gekomen rondom de vraag in De redding van de ziel van B.Lievegoed, wanneer wij een uitspraak willen doen in welke stroming we ons bevinden: Antroposofische-Rozenkruizers- of Manoe-stroming (lit.7). Het blijkt wel dat die vraag op zichzelf een gigantische verwarring op kan leveren: dit bevestigt voor mij de gecompliceerdheid van ons wezen
Ik heb de overtuiging dat dit gezichtspunt over maanknoopconstellaties ons dichter kan brengen bij onze oorspronkelijke unieke eigenheid en een diep inzicht kan schenken in zelfkennis met zijn vele vaak onbewuste/bovenbewuste motieven. De uitdaging is om te midden van deze kwaliteiten ons zelf te vinden; zoveel mogelijk bewust van wat boven/hogere-ik en beneden onbewust (vorige incarnatie(s)) is, dit alles in de meest oorspronkelijke zin van het woord. Van onschatbare waarde lijkt me dit vooral voor de ontwikkeling van de jonge mens, die in het labyrint van moderne technieken en vervreemding, zijn weg moet zoeken naar de volwassenheid.
Waalre, 29 juli 1994
Literatuurlijst
1 B.J.M. Lievegoed, De mens op de drempel, Zeist, 1983
2 H. Koepke, Kind van negen, Rotterdam, 1990
3 R. Steiner, Karmaband 7, Driebergen-Rijsenburg, 1991
4 S. Lubienski, uit: Het twaalfvoudige Pinkstermysterie; meditaties over geometrische figuren, Diever, 1974
5 E. Vreede, Astronomie und Antroposophie, Dornach, 1954
6 de bijbel ,........
7 B. Lievegoed, Over de redding van de ziel, Zeist, 1993